De Gouden Ketting (1)

Een gouden ketting (I)

C. Vermeulen

Sommige Bijbelwoorden horen bij ons persoonlijk bezit. We hebben ze als een kostbare schat in ons hart gesloten en bij vreugde of verdriet halen we ze te voorschijn. Al naar gelang de  situatie zijn ze ons tot troost of tot een bron van vreugde. Denk maar aan Psalm 23 over de Goede Herder, aan Psalm 42 over het hert dat schreeuwt naar waterstromen, aan Psalm 103 over de dankbaarheid. En hoe zouden we Advent en Kerst vieren zonder de profeet Jesaja te horen over de Messias en zijn vrederijk. In het Nieuwe Testament vinden we ook zulke kostbaarheden, al was het alleen al de heilige Naam: Jezus. Die Naam is onze grootste schat.

Over de zekerheid van het geloof hebben we ook zo’n kostbaar woord in Romeinen 8:29,30:

Want hen die Hij van tevoren gekend heeft,
heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn…..,
en hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft,
die heeft Hij ook geroepen en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

Vijf grote woorden, aan elkaar gekoppeld als de schakels van een gouden ketting: VOORKENNIS, VOORBESTEMMING, ROEPING, RECHTVAARDIGING, VERHEERLIJKING. Die vijf woorden gelden voor iedere gelovige.

De eerste twee schakels dalen in gouden glans neer uit de hemel, de derde en vierde schakel worden gesmeed in onze levensgeschiedenis: roeping en rechtvaardiging. Ook al liggen die woorden ons niet voor in de mond, van Gods stem en van de schuldvergeving weet iedere gelovige!

De vijfde schakel van de verheerlijking krijgt een begin in ons leven, een aanhechting aan de vierde, maar hij blijft nog open en onaf. Hij zal op de dag van onze verlossing in één ogenblik gereed komen.

Laten we die schakels bezien. We beginnen bij  de derde schakel. De eerste twee schakels zijn vóór onze levenstijd gesmeed. Daarover volgende keer. De laatste twee spreken van ons christenleven en van onze heerlijke toekomst en daarover gaat het in een derde bijdrage.

De derde schakel is de roeping:

  DIE Hij tevoren bestemd heeft,

  deze heeft Hij ook GEROEPEN

Om de gouden ketting te bewonderen kun je het beste in het midden beginnen: bij de derde schakel. Wie bij de eerste begint raakt in de problemen. Teveel gelovigen blijven steken bij de vraag: ‘Ben ik wel een gekende, een uitverkorene?’ Die op zichzelf niet te beantwoorden vraag blokkeert dan het geloof in het Evangelie.

Ga toch eerst naar de derde schakel: de roeping. Dat is immers een gebeuren in ons leven. Wij hebben dat woord ‘roeping’ opgeblazen tot iets uitzonderlijks. Dat is nog al wat: dat God je roept. Maar we weten toch dat God spreekt? Zullen we dan zijn stem niet horen?

Weet u nog hoe u als kind op straat speelde tot de stem van moeder je naar huis riep? Zo kan het je gebeuren dat je de stem van God hoort.

Was het misschien bij de Bijbellezing? Die keer dat een bekend woord tot heilig woord werd. Je werd er stil van en je ging zo maar de wereld van God binnen.

Of kwam de stem onder de prediking? Daarvoor ga je toch naar de kerk?

Was het misschien bij de geboorte van de kinderen? Je was ontroerd bij het zien van het wonder van het leven en je zag ook de hand van de Gever in het gebeuren. Of misschien ging het je wel als Augustinus: die grote geest werd geroepen door het lied van een spelend kind. Sprak de Heere je aan in ziekte en in slapeloze nachten of bij de thuisgang van een geliefde?

 

Hoe het ook ging: in het uur van je roeping wist je het zeker: de Heere bedoelt mij. Hij roept mij om niet langer op de straten van de wereld te dwalen, maar thuis te komen en voortaan als zijn kind te leven en samen met Hem de wereld in te gaan.

Iedere gelovige kan zo’n ervaring van goddelijke nabijheid beleven.

Sommige gelovigen hadden een heel bijzondere ervaring. Als Mozes bij de brandende braambos (Exodus 3), als Jesaja in de tempel (Hoofdstuk 6) of als Paulus op weg naar Damascus (Handelingen 9). Anderen lijken meer op Jozua, die bij Mozes in de leer was of als Timotheüs die het geloof van zijn grootmoeder en zijn moeder overnam.

 

Roeping is een groot woord. We durven het nauwelijks in de mond te nemen, maar het betekent eenvoudig dat God in je leven is gekomen. Hoe dat gebeurd is, hoort bij je intieme levenservaring. In ieder geval niet oppervlakkig, zodat je wel van Hem weet, maar Hem niet kent. Dat is geen roeping. God wil geen vreemde voor ons zijn, maar een Vader en Vriend. Roeping schept relatie. Hoe zou je een ontmoeting met de levende God hebben en onveranderd doorleven?

In dat werk van de roeping deelt ook de Heilige Geest, want Hij opent de harten en schenkt het geloof. Hij grijpt je aan! Je kunt duizend maal het Woord van God horen, kennis opdoen, kritiek hebben, denken: dat is goed voor die, maar in het uur van je roeping sta je zèlf  voor Gods troon. Dan weet je het: de Heere heeft mij wat te zeggen; Hij  roept mij. Er begint iets nieuws.

In het midden van de ketting glanst de schakel van de roeping. God is ons genadig en zeer nabij.

Scroll naar boven